Flipping lente
 
(Advertentie)
(Advertentie)

Ga zelf op zoek naar de woorden die je moet invullen in de woordzoeker.

Omdat de stand van de aarde ten opzichte van de zon een beetje scheef is, schijnt de zon in de zomer het meest op het noordelijk halfrond van de aarde en in de winter op het zuidelijk halfrond.
Bij het begin van de herfst en de lente is de stand van de zon er precies tussenin.
Op het noordelijk halfrond begint de lente meestal op 20 maart en soms op 21 maart.

 


Eén van de eerste voorjaarsbloemen die je na de winter boven de grond ziet komen is de krokus. De krokus is van de bekende voorjaarsbloemen het enige knolgewas. Tulp, hyacint en narcis zijn bolgewassen. Bolgewassen hebben net als de uien allemaal laagjes (schillen). Krokussen zijn er in veel kleuren, maar het bekendst zijn wel de paarse en gele.

 


Insecten zie je in de lente, herfst en zomer. Insecten zijn koudbloedige dieren die zichzelf niet warm houden. Daarom overleven de meeste insecten de winter niet als een volwassen dier (imago), maar als eitje, pop of larve. Diep weg onder de schors van bomen, onder de grond of diep onder water (larve van een libel). Maar er zijn ook insecten die wél als imago over-winteren, zoals het lieveheersbeestje.

 


(Advertentie)

Sommige vogels zien er in de winter anders uit dan in de lente of zomer.
Het winterkleed is vaak wat somberder van kleur. Een beetje een schutkleur, waardoor ze niet zo opvallen, zoals de fuut op de foto. Maar in het broedseizoen krijgen vooral de mannetjes vaak een mooie kleur. Ze willen opvallen voor de vrouwtjes en laten zien hoe sterk en gezond ze zijn. De vrouwtjes van veel vogels houden vaak hun schutkleur.

 


Ieder voorjaar komen padden, en andere amfibieën zoals kikkers en salamanders, uit hun winterslaap om langzaam hun weg te vinden naar poelen. Tijdens hun tocht naar het water moeten ze vaak drukke verkeerswegen oversteken. Vrijwilligers helpen de dieren deze reis veilig af te leggen. Vaak worden er bij de wegen borden geplaatst waarop staat dat de ‘paddentrek’ weer aan de gang is.


In de winter lijken de bomen kaal en dood, maar aan de takken zitten al de knoppen voor het volgend voorjaar.
In de lente worden de knoppen aan de takken van bomen en struiken dikker en verschijnen de eerste jonge blaadjes en bloemen. De bloemen vormen voedsel voor de insecten, die ook helpen bij de bestuiving. Zo kunnen de bloembodems uitgroeien tot vruchten in de zomer en het najaar.

 


(Advertentie)

Download de woordzoeker, kruiswoordpuzzel of ander soort puzzel. De afbeeldingen hieronder op de pagina kun je omdraaien door erop te klikken. In de tekst kom je woorden tegen, die je ook kunt vinden in de puzzel die je gedownload hebt. Bij een woordzoeker lees je een zin als je alle woorden hebt ingevuld.


In veel landen gaat in het laatste weekend van maart de klok 1 uur vooruit. Dit noemen we de zomertijd. In de zomer komt de zon zo vroeg op dat het al licht is terwijl de meeste mensen nog slapen. Door de klok te verzetten lijkt de zon later op te komen en weer onder te gaan. Hierdoor is het volgens de klok
's morgens langer donker en blijft het
's avonds juist langer licht.

 


(Advertentie)

Op deze afbeelding zie je verschillende bolgewassen. De paarse hyacinten, die heel sterk ruiken, de rode tulpen en de gele narcissen. Onderaan zie je nog een paar krokussen. Dat is een knolgewas. Voorjaarsbloemen zijn voor de natuur erg belangrijk. Insecten die uit hun winterslaap zijn gekomen halen stuifmeel en nectar uit de bloemen en bestuiven zo ook de bloemen.

 


De dagpauwoog is een bekende vlinder. Ze overwinteren als volwassen vlinder, weggekropen op een beschut plekje, in een schuurtje, bunker of holle boom.
Ze gaan dan in winterslaap, een ‘ruststand’. De vlinder eet niet meer en zit alleen maar doodstil. Hij gebruikt op deze manier nauwelijks energie. In het vroege voorjaar ontwaken ze dan uit hun winterslaap.

 


Veel dieren krijgen in de winter een dikkere vacht, de wintervacht, die natuurlijk vooral bedoeld is om lekker warm te blijven. De haren worden langer en vaak krijgen de dieren onder de lange haren nog een vacht van donsharen.
Maar er zijn ook dieren die een totaal andere kleur krijgen, zoals de sneeuwhaas op de foto. Die valt door zijn witte winterkleed bijna niet op in de sneeuw en is veiliger voor roofdieren.

 


In de lente krijgen de vogels jongen.
Ze bouwen een nest, of maken gebruik van natuurlijke holtes in bomen of van een nestkast. Ook zijn er vogels die op de grond nestelen. Het verschil is bij de jongen goed te zien: jonge eendjes bijvoorbeeld kunnen direct al achter de moeder aan en verlaten het nest snel.
Je noemt ze nestvlieders. Nestblijvers zijn kaal, moeten gevoerd worden en blijven lang in het nest.

 


kleurplaat

(Advertentie)
(Advertentie)

In de lente zie je veel bloemen boven de grond komen. Vooral de knol- en bolgewassen ken je wel, zoals de krokus, de tulp, de narcis en de hyacint. Maar ook aan de bomen worden de knoppen steeds dikker. Uit sommige knoppen komen nieuwe blaadjes en uit anderen bloemen. Bloemen aan de bomen zijn erg belangrijk, want uit de bloemen groeien later de nieuwe vruchten.

 


In de herfst zijn veel trekvogels naar warme streken getrokken. Nu het weer lente wordt keren ze terug naar ons land. Een bekende trekvogel is de ooievaar, die in de winter in Afrika overwintert.  Ooievaars eten hoofdzakelijk kikkers, muizen, mollen en insecten. Mannetjes en vrouwtjes blijven (als het mogelijk is)  hun leven bij elkaar. Ze broeden vaak op hoge plekken en leggen 3-5 eieren.

 


Er zijn maar erg weinig dieren die echt een winterslaap houden. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld de egel, de vleermuis en de hazelmuis, die je op de foto ziet. Sommige dieren gaan in winterrust. Ze slapen wel veel, maar worden af en toe wakker om iets te eten. Eekhoorns krijgen in de winter zelfs hun jongen. Buiten Nederland zijn vooral beren bekend om hun winterslaap.

 


In de lente gaan de meeste vogels broeden en krijgen veel zoogdieren hun jongen. Dit komt omdat er in het voorjaar weer meer voedsel te vinden is.
Dan hebben jonge dieren een betere kans om te overleven. Je ziet overal de jonge dieren: lammetjes en kleine eendjes (pulletjes) zie je vaak al heel vroeg in het voorjaar, maar al gauw breekt de lente met al dat jonge leven los!

 


Een eendennest met nog wat eieren en jonge eendjes. Omdat het nest van een eend op de grond gemaakt is, zijn jonge eendjes kwetsbaar voor allerlei roofdieren. Het is dus ook belangrijk, dat jonge eendjes (pulletjes) direct met hun moeder mee kunnen komen. Ze hebben al een verenkleed, kunnen al lopen, zwemmen en eten ook al zelf. Je noemt dit soort vogels nestvlieders.

 


Bloemen worden bestoven door allerlei insecten. Zulke bloemen hebben vaak grote en gekleurde kroonbladeren. Ze hebben ook nectar, een suikerhoudende stof in bloemen die ervoor zorgt dat ze lekker ruiken. De nectar, de meeldraden en stampers, bevinden zich diep in de bloem, zodat de insecten de bloem echt in moeten kruipen. Zo brengen ze stuifmeel van de ene bloem op de andere.